Reisverslag Vietnam
23 februari  - 26 maart 2009
(Meer reisverslagen? Zie www.hvanoorschot.nl China, Tibet, Nepal, Uganda, Thailand, Peru, Bolivia en Cambodja.)

Dinsdag 24 febr
Na een lange vlucht met pure verwennerij door Singapore Airlines arriveren we in Hanoi. Meteen al de eerste avond hernieuwen we de kennismaking met de prijzen van Zuidoost Azië: een maaltijd voor 4 personen en 4 grote flessen bier voor € 15,-. Dat zal tijdens de reis in Vietnam nauwelijks veranderen. Bovendien nog eens heerlijk eten ook. De Vietnamese keuken is gevarieerd, gezond en lekker. Ons hotelletje, met bijzonder vriendelijk personeel, ligt midden in het oude centrum vlak bij het Ho Hoan Kiem meer. Het elektriciteitsnetwerk lijkt meer op een spinnenweb, maar geen een keer meegemaakt dat de stroom uitviel.

Woensdag 25 februari
We beginnen met een verkenning van Hanoi. De eerste indruk is die van een georganiseerde    chaos. Het lijkt of iedereen een handeltje heeft en alles gebeurt op het trottoir. Dat wordt overal voor gebruikt, vooral voor winkeltjes en als brommerparkeerplaats, maar niet als trottoir. Het aantal brommers is gigantisch. Het is een constante stroom. Er zijn weinig verkeerslichten en men houdt zich er nauwelijks aan. Favoriete bezigheid: het nemen van de binnenbocht. Er wordt gewoon tegen elkaar in gereden en wonder boven wonder gaat het allemaal goed. In totaal hebben we een stuk of vier ongelukjes gezien, die, door de lage snelheid, goed aflopen. Het oversteken vergt in het begin ware doodsverachting. Met tientallen tegelijk komen ze van links en rechts, van voor en achter op je af. Het geheim: blijven kijken, gewoon doorlopen en iedereen rijdt mooi om je heen.  Als je eenmaal de slag te pakken hebt is het best wel grappig. De eerste markt die we tegen komen is helemaal Azië: tientallen soorten vis, vogels, schildpadden, kikkers, vlees, groenten fruit en duizend andere dingen. Het stinkt en het is prachtig.
’s Middags bezoeken we ons eerste tempelcomplex (er zullen er nog veel volgen): Van Mieu – Tempel van de Literatuur. In een ommuurde binnenhof staan 82 stenen zuilen, gedragen door
grote stenen schildpadden, met de namen van de geleerden die hier vanaf 1442 hun titel haalden.
De eerste avond in Hanoi worden we om 11.00 u verrast als overal het licht uitgaat. Slechts wat winkelverlichting loodst ons terug naar het hotel. Toch geen moment een onveilig gevoel, iets wat deze hele vakantie niet zal veranderen!
De volgende dag komen we in een enorme mensenmassa terecht; iedereen is getooid met witte rouwbanden om het hoofd. Er is een begrafenis van een hoge katholieke geestelijke. Vietnam is overwegend boeddhistisch, maar het katholicisme blijkt ook nog springlevend. Tientallen bisschoppen en priesters begeleiden een kist, die tenslotte onder luid applaus de kerk in wordt gedragen.
Tijdens een bezoek aan de Ambassadeurspagode maken we voor het eerst kennis met de bonsai cultuur. Nog heel vaak zullen we de meest prachtige bomen in grote potten zien. ’s Middags bezoeken we de Hoa Lo gevangenis, door de Amerikanen Hanoi Hilton genoemd. Veel overblijfselen van het  mensonterende Franse koloniale regime.
De nachttrein brengt ons met veel herrie en gebonk naar Lao Cai en vandaar gaat het naar Sapa de bergen in.
 
Zaterdag 28 februari
Vandaag maken we met een gids een flinke wandeling door een prachtig landschap van bamboebossen met schitterende vergezichten over terrasvormige rijstvelden. Gelukkig is het prachtig weer, anders was de wandeling vast een glibberige aangelegenheid geworden. Op veel plaatsen zijn mannen en vrouwen bezig met het uitzetten van rijstplanten op bedden waar waterbuffels het voorwerk hebben gedaan. Veel bananenbomen, velden met soja en pindaplanten. Het overgrote deel van de bevolking rond Sapa hoort tot de Black Hmong en gaan gekleed in hun traditionele donkerblauwe klederdracht met veel kleurige accenten.
De markt van Bac Ha is een van de grootste en meest gevarieerde van de omgeving. Veel shawls, kleding en souvenirs, maar ook veel groenten en fruit en gebruiksvoorwerpen voor de bevolking. Veel van de mensen hier horen tot de Flower Hmong en gaan schitterend gekleed in een bijzonder kleurrijke klederdracht.
De nachttrein brengt ons weer terug naar Hanoi. Het geplande bezoek aan het mausoleum van alom geprezen Ho Chi Minh valt in het water: op maandag gesloten! De Pagode-op-één-zuil is aardig, maar echt de moeite waard is het waterpoppentheater. Bijzonder kunstig zoals de poppenspelers de poppen door het water laten bewegen, begeleid door zang en muziek.

 

Dinsdag 3 maart
Vandaag verlaten we Hanoi voor een boottocht over Halong Bay. In Ha Long krioelt het werkelijk van de boten die elkaar letterlijk verdringen om passagiers op te kunnen pikken van de kade. Een tocht over de Golf van Tonkin is een must: meer dan 3000 eilandjes, van een rotspunt tot een eiland van 25 km, geven de baai is mystieke aanblik, zeker als het weer wat mistig en druilerig is, zoals vaak in deze tijd van het jaar. Veel boten hebben ruimte voor zo’n 10 tot 15 passagiers met aardige hutten aan boord. Er zijn verschillende grotten en het eiland Cat Ba is de moeite waard voor een wandeling door het tropisch oerwoud. Een pittige klim brengt je naar de 225 m hoge top van het eiland. Ook strandliefhebbers kunnen volop aan hun trekken komen, bijv. op Monky Island, dat bezaaid ligt met koraal.

Tijdens de busrit terug naar Hanoi de volgende dag hebben we een beetje een kamikaze chauffeur. Inhalen is geen enkel probleem, ook op bochtige en veel te drukke  stukken.In Hanoi zoeken we voor de laatste keer ons favoriete restaurantje op. De afwas wordt er op het toilet gedaan, de keuken meet 1 bij 2 m, maar het eten is heerlijk.

Vrijdag 6 maart
De vlucht naar de oude keizerstad Hué duurt maar een uurtje. Lopen eerst maar weer eens over de markt, het blijft de plaats waar je je ogen uitkijkt; veel gedroogde vis, gedroogde inktvis en kwallen, veel nooit eerder gezien fruit in vele kleuren.
Volgende dag gaan we op weg naar de citadel. Worden aangesproken door een jongen die een boot te huur aanbiedt om ons langs de graftombes aan weerszijden van de Parfum rivier te varen. We worden het eens over de dagprijs van 400.000 Dong, € 20,-. Nog eens 200.000 Dong voor de lunch aan boord. Wel vooraf betalen anders heeft hij geen geld om de politie op de rivier te betalen en moeder moet eerst boodschappen doen op de markt om spullen voor de lunch te halen.
We bezoeken verschillende graftombes van vorsten van de Nguyen-dynastie, gelegen op heuvels aan weerszijden van de Parfum rivier: o.a. de tombe van Tu Duc en Minh Mang. We moeten er ook nog even voor achterop een brommer, maar ook dat gaat gesmeerd.
De Thien Mu pagode langs de Parfum rivier dateert van 1601. De achthoekige tempeltoren telt 7 verdiepingen en is 21 m hoog. In een bijgebouw staat de Austin die beroemd werd door de foto van de zelfverbranding van een monnik in 1963, als protest tegen het repressieve bewind van president Ngo Dinh Diem. Zijn schoonzus sprak van een barbecue-party!!
Terug aan boord maken we kennis met moeders kookkunst: de lunch wordt op een mat op het dek van de boot opgediend en smaakt prima.
Het ommuurde deel van Hué, de Citadel, was het toneel van bittere strijd tussen de Viet Cong enerzijds en het Zuid-Vietnamese leger en de Amerikanen anderzijds tijdens het Tet offensief. Gedurende de 3 ½ week durende bezetting door de Viet Cong werden 3000 mensen gedood. Het Tet offensief eiste in Hué 10.000 mensenlevens. Hele wijken werden door Amerikaanse bommen en raketten van de Viet Cong met de grond gelijk gemaakt.
Na de boottocht hebben we nog net tijd voor een bezoek aan de Keizerlijke Stad, gelegen achter een 8m hoge en 20 m dikke vestingmuur. Vier rijk versierde poorten geven toegang tot de stad met een aantal prachtige paleizen.
 

Voor de The Mieu Tempel staan de 9 bronzen urnen van de dynastie op een rij, elk tot 2500 kg zwaar. Hier voorbij  kom je in de Verboden Purperen Stad, die ook zwaar te lijden heeft gehad van het Tet offensief.
De volgende dag huren we voor 2 euro een fiets voor een tocht langs de Parfum rivier en bezoeken o.a. de graftombe van Khai Dinh. Een grandioze drakentrap leidt naar een binnenhof waar stenen beelden van olifanten, paarden en hoogwaardigheidsbekleders staan opgesteld. Maar  alleen al de fietstocht zelf langs de Vietnamese dorpjes tussen bananenbomen en kokosnootpalmen door, is een belevenis; een heerlijk ontspannen dag.  

 


Maandag 9 maart
Per bus gaan we naar Hoi An. Mooie tocht door de bergen met opnieuw een paar bloedstollende momenten.  Als het hotel volgeboekt blijkt, is het even de vraag waar ze ons gaan dumpen. Dat wordt dus een vier-sterren resort met alle mogelijke luxe en verschillende zwembaden. Bepaald geen slechte ruil. Er blijken ’s middags zelfs door het hotelpersoneel allerlei lokale hapjes klaargemaakt te worden die het diner overbodig maken. Hoi An is een rustig, behoorlijk toeristisch stadje. ’s Avonds komen we in een, compleet gezongen, Vietnamese bingo terecht. Ik win zowaar de hoofdprijs: krijg een rode vlag in mijn hand gedrukt, word toegejuicht en ontvang een Chinese lampion. Lachen.
De volgende dag huren we weer een fiets en gaan naar Coconut Beach, een mooi strand, bezaaid met kokosnootpalmen. Daarna maken we een geweldige fietstocht het binnenland in. Over een opgehoogd, met kokosnootpalmen omzoomd pad fietsen we dwars door de rijstvelden en viskwekerijen. Heel mooie plaatjes van ploegende waterbuffels, witte reigers en een ijsvogeltje. Komen uit in Tra Que, het groentedorp. Mijn GPS apparaatje brengt ons weer feilloos terug naar het hotel. Nog mooi even tijd om de gisteren bestelde kleren te passen.
Na een zeldzaam uitgebreid ontbijtbuffet maken we een uitstapje naar My Son, het centrum van de oude Cham cultuur. De Cham torens dateren van de 4e tot de 12e eeuw. Ze zijn gebouwd van gedroogde bakstenen die met hars aan elkaar werden gevoegd, waarna er een aantal vuren omheen werden aangelegd. Door de intense hitte werden de stenen gebakken en kitte de hars ze letterlijk muurvast aan elkaar. Deze bouwwerken bleken uitstekend bestand tegen de tand des tijds. Ooit stonden er in deze vallei meer dan 70 bouwwerken. Het gebied was de uitvalsbasis van de Viet Cong en was daarom doelwit van de Amerikaanse B-52-bommenwerpers, wat nog goed te zien is aan de vele bomkraters. Van de 70 unieke bouwwerken zijn er slechts 20 ontsnapt aan de bombardementen. Het rivierwater ziet er schoon en helder uit, maar bevat nog steeds chemicaliën afkomstig van het hier veel gebruikte ontbladeringsmiddel Agent Orange.

Vrijdag 13 maart
Met een uurtje vliegen zijn we in Ho Chi Minh stad, oftewel Saigon. Was het in Noord-Vietnam nog rond de 20 graden, nu komen  we boven de dertig. Had ik het in Hanoi over honderden brommers, hier gaat het over duizenden. Op 10 miljoen inwoners zijn er 4 miljoen brommers. En dat is te zien. Hier komen ze niet met tientallen, maar met honderden op je afgestormd. Gelukkig hebben we in Hanoi al ons oversteekdiploma gehaald. Werkt hier ook. Op een groot kruispunt tel ik op een moment ongeveer 900 brommers. Hanoi is een slaperig vissersdorp vergeleken met Saigon!

De Chinese wijk Cho Lon is niks aparts. Het War Remnants museum wel. De ellende en de oorlogsmisdaden van de Amerikanen worden breed uitgemeten, compleet met de bekende foto’s van ontbladerde gebieden, van de bombardementen, het bloedbad My Lai en de martelingen.
 

 

 

Dan volgt een indrukwekkende excursie naar het tunnelcomplex van Cu Chi. Dit omvatte 250 km tunnels aan het eind van de Ho Chi Minh route. De tunnels lopen over 3 niveaus tot 6m diep, voorzien van talloze boobytraps. Uiteindelijk wisten de Amerikanen door zware bombardementen veel ervan te verwoesten, maar toen had de Viet Cong het gebied al in handen. Leny en ik laten ons in een tunnel zakken. Als ik inadem kom ik klem te zitten en dan te bedenken dat deze ingang speciaal voor de toeristen is verbreed! De oorspronkelijke toegang mat nog geen 25 bij 25 cm.  We leggen 100 m door de tunnels af. Ze zijn nauw, laag en heet. Bepaald niet voor mensen met claustrofobie. Niet te geloven dat mensen hier hele dagen in doorbrachten. Verborgen ventilatieschachten zorgden voor luchttoevoer en andere voor rookafvoer. Alleen ’s morgens heel vroeg mocht gekookt worden.

 

Verder naar het hoofdkwartier van de Cao Dai sekte. Deze religie is een mix van christendom, confucianisme, taoïsme, animisme en voorouderverering. Het kleurrijke gebouw en interieur zou in de Efteling zeker niet misstaan.
Volgende etappe gaat over de Mekong. Blijkbaar vergiste de kapitein zich wat in de tijd, want het werd hoog tijd dat we ‘s avonds aanmeerden: het waaide flink, het onweerde, het regende en het was stikdonker. Sommigen keken al met een scheel oog naar de reddingsvesten. Volgende dag over de Mekong naar de floating market; mooi, maar niet zo kleurrijk als in Thailand. We bezoeken nog een viskwekerij en een steenfabriek. Ze zijn juist bezig een schip geladen met rijstafval te lossen. Met grote manden aan een bamboestok wordt het schip met de hand gelost. Alleen al voor het lopen met twee loeizware manden over een smal loopplankje neem ik diep mijn petje af.