Reisverslag Bolivia
15 oktober - 1 november 2006
(Meer reisverslagen? Zie www.hvanoorschot.nl China, Tibet, Nepal, Uganda, Thailand en Peru.)

Copacabana is een echt backpackersstadje met veel restaurantjes en winkeltjes aan de Boliviaanse kant van het Titicacameer. De prijzen liggen nog de helft lager dan in Peru en soms denken we dat we het niet goed verstaan. Ongelooflijk, zo goedkoop. We hebben een leuk hotel met uitzicht over het meer en de dag eindigt met een onvergetelijke zonsondergang.
Volgende halte is La Paz, een metropool van villa's, gore huisjes, stoffige wegen, steile straatjes en een bruisend centrum. Het is vanuit een diep dal opgebouwd tot ver boven in de bergen. In tegenstelling tot veel andere steden wonen de rijken beneden en de armen boven. De ligging is werkelijk spectaculair. De straten zijn zo steil dat de bussen helemaal scheef hangen en wij puffend het restaurant binnen komen waar we die avond eten.
Met de collectivo (een klein lokaal busje) gaan we naar Tiwanaku ongeveer 75 km van La Paz. De prijs daarvoor bedraagt 0,80 cent!!!!. Tiwanaku valt een beetje tegen. Er is wel een mooi museum en er staan wat mooie beelden buiten. Ze zijn er ook nog volop bezig met opgravingen.
De collectivo brengt ons weer terug naar La Paz. Er is steeds zo veel te zien onderweg. De natuur en het straatleven, het blijft boeien.
      

Vrijdag 20 oktober
Het inkopen is begonnen. La Paz is één grote bont gekleurde markt. Geweldig om door de drukke straten te lopen. Je kunt je natuurlijk ook laten overhalen door een van de talrijke "vozeadores" (een soort busomroeper) om met een minibus te gaan, maar lopen is veel leuker, zolang het tenminste over korte afstanden gaat. Anders zijn de minibusjes ideaal en spotgoedkoop. Er staan honderden kramen maar ook langs de straat op de grond liggen allerlei spulletjes. Vooral de groente- en fruitmarkten zijn fascinerend. Veel soorten aardappelen en allerlei vruchten en groenten die we nog niet eerder gezien hebben.
De kerk van La Paz probeert de kerken die we eerder gezien hebben te overtreffen in het grote aantal barokke retabels. Wat een pracht en praal, deze kathedraal gewijd aan St. Franciscus. Ook heeft La Paz enkele mooie koloniale straten, hoewel sommige koloniale gebouwen tot puin dreigen te vervallen. Werkelijk een stad om van te houden met een paar mooie musea met mummies, veel gouden sieraden en aardewerk uit de Tiwanaku cultuur.
Henk wordt door de bewaker betrapt tijdens het maken van enkele foto’s maar met 20 boliviano's is alles weer in orde. We regelen een stadstour per taxi en privé gids. Spotgoedkoop en beslist een aanrader. Buiten La Paz komen we in een prachtig erosielandschap terecht: Valle de la Luna. Verder rijden we door de rijke bu
urt van La Paz waar we huizen zien die in Beverly Hills niet zouden misstaan. Na het uitzicht over La Paz te hebben bewonderd vanaf een hoog gelegen uitzichtpunt, vertrekken we naar  de Plaza Murillo, waar een huilende bruid voor de kerk staat omdat iemand er nog niet is.
Die avond vertrekken we met de nachtbus naar Uyuni. De eerste paar honderd kilometer gaan lekker. Dan volgt een ware helletocht over een wasbordweg naar Uyuni. Dat zo’n bus langer dan 1 reis (760 km) mee gaat is voor ons een raadsel. We doen geen oog dicht. Vroeg in de morgen, rond 6.30 uur, komen we aan in Uyuni. De taxi die ons af moet komen halen komt niet dus nemen we zelf een taxi naar het hotel. Het is wel even schrikken als we aankomen want het hotel ziet er uit als een betonnen krot. Omdat we niet geslapen hebben is de stemming wat beneden peil. Als we binnen gaan blijkt het toch mee te vallen. Aan de achterkant zijn verschillende kamers rond een binnenplaats gebouwd. We besluiten om eerst maar even wat te gaan slapen.
Nadat we een uurtje of vier geslapen hebben blijkt het hotel alleszins acceptabel. Warm water, douche, eigenlijk prima…..Achter de vervallen voorkant blijken toch wat verrassingen te zitten.
We lopen door Uyuni voor de lunch. Het is een troosteloos stoffig plaatsje. Kan zo dienst doen voor een wildwestfilm. We slaan wat boodschappen in voor de komende jeeptour en duiken op tijd het bed weer in. 

Maandag 23 oktober.
Vroeg in de morgen worden we opgehaald met de jeep. Eerst bezoeken we het treinenkerkhof buiten het stadje. Een hoop verroeste locomotieven en treinstellen. Dan weer terug naar Uyuni om de kokkin op te halen. Het gezelschap bestaat uit een Boliviaanse chauffeur, Boliviaanse kokkin, een Engelsman, twee Denen, een Zweed en wij.
De tocht over de zoutvlakte is fascinerend. Hier en daar een rotseiland en soms witte vlakte tot aan de horizon. De vlakte heeft een oppervlakte van 2/3 België en soms heb je het gevoel, ook door de flinke w
ind, dat je op de Noordpool staat. Het zout vormt soms 6-hoekige patronen, gevormd door water wat omhoog komt.
We bezoeken het visserseiland, Isle Pescadores. Een vulkanische steenklomp bezaaid met metershoge cactussen. We gebruiken er meteen de lunch, klaargemaakt door onze kokkin. Stuk vlees, qina, tomaten en komkommer. Zout is geen probleem….
Daarna gaan we over de zoutvlakte naar onze overnachtingplaats en kunnen daar nog genieten we van een prachtige zonsondergang. Het “hotel” is een beetje basic, geen warm water, geen douche, lekker gammel bedje en licht dat werkt op een generator en plotseling uitvalt als ik op de toilet zit. We liggen met z’n vieren op een kamertje. Prima dus.
Vroeg uit de veren om te genieten van de zonsopgang op de zoutvlakte. Prachtig. Na het ontbijt gaan we op weg naar de vulkaan Tunapu. Er volgt een stevige klim naar de ingang van de krater op 4200 meter hoogte. Vaak rusten en veel hijgen i.v.m. de ijle lucht. Onderweg zien we nog een 1400 jaar oude grot met mummies.
De vulkaankrater heeft onaardse kleuren en we hebben een prachtig uitzicht over de immense zoutvlakte. Ook zien we nog een condor.

De lunch bestaat uit koude friet, koude kip, tomaten, komkommer, koude gebakken banaan. Lekker.
Nog één keer volgt een rit over de zoutvlakte. Er liggen nu hele grote patronen in het zout maar even later lijkt het weer een gladde gestucte weg. Dan zeggen we vaarwel tegen de Salar de Uyuni en verlaten de vlakte via wat op een sneeuwspoor lijkt.
We bezoeken de Galaxiegrot  die pas ontdekt is in 2003. De ontdekker leidt ons trots rond. De grot heeft vreemde vormen. Alsof zeewier tegen de rotsen geplakt zit en daar is versteend. De rots is een soort zandsteen en lijkt op een grote gatenkaas.
Via een woestijnachtige stoffige weg komen we aan bij onze overnachtingplaats San Juan. Er is zowaar één douche voor ong. 40 mensen en we hebben een eigen kamer. Het eten is goed genoeg. We liggen op tijd in bed want morgen wacht ons een lange rit via vulkanen en meren. Inmiddels sjouwen we al drie weken rond met een slaapzak maar tot nu
toe hebben we die nog niet nodig gehad. Het zijn wel koude nachten maar er liggen voldoende dekens op het bed.
We vervolgen onze rit via de “smoking vulcano” naar een meer met heel veel flamingo’s. Vervolgens rijden we door pure woestijn naar massieve rotsformaties met enorme  planten die er uit zien als mos, meer dan 300 jaar oud en nu worden gebruikt als brandstof. Dan naar de “Piedre de Arbol”, de st
enen boom. Ook hier surrealistische vormen maar de “stone-tree” is toch wel het meest speciale.
De volgende stop is Lago Colorado. De bloedrode kleur van het water met de honderden flamingo’s en de vulkaan op de achtergrond geven een spectaculair gezicht. De rode kleur van het water is het beste te zien als de zon er fel op schijnt.
Via pure woestijn komen we in de volgende overnachtingplaats op 4318 meter in een nationaal park. Onvoorstelbaar dat hier nog vicuna’s leven, maar jawel, we zien er zelfs vrij veel. Er groeit hier niets. Waar leven ze toch van?
Dit keer is de overnachtingplaats een slaapzaaltje voor onze hele groep van 6. Als we aankomen woedt er een heuse zandstorm. Dit is de hoogste plaats waar we ooit geslapen hebben. Hier gaan we de slaapzakken nodig hebben. Hebben we die tenminste niet voor niets al die tijd meegesjouwd.

Donderdag 26 oktober.
We hebben een redelijk goede nacht achter de rug. De slaapzak gebruikt maar zonder had ook nog wel gekund. Er klopt dus niet veel van alle horrorverhalen die we gehoord hebben over temperaturen van -20 graden. Om 5.00 uur uit de veren omdat vroeg in de ochtend door de kou de stoom van de geisers het beste zichtbaar is. De stoom heeft een temperatuur van 200 graden Celcius, beetje oppassen dus. Er zijn ook veel borrelende modderputten. Prachtig.
We gaan verder naar de warmwaterbronnen. Het water is 38 graden en enkele liefhebbers laten zich erin glijden.
Hier ontbijten we ook meteen. De kok heeft zowaar een soort cake gebakken. Het smaakt perfect met jam en een soort caramelco. Op veel plaatsen waar we stoppen is er voor de kok een gelegenheid om wat te koken. We hebben dan ook zelf alles bij ons, pannen, gasfles, serviesgoed, bestek, alles ligt op of in de jeep. Het gaat allemaal lekker gemoedelijk en gezellig. We hebben een leuk groepje en veel lol.
Verder naar Laguna Verde. Is inderdaad mooi groen met een prachtige weerspiegeling van de bergen aan de overkant. Als het wat begint te waaien gaat de weerspiegeling weg maar de groene kleur wordt steeds intenser. Het gaat zelfs over naar diep groen. Schitterend.
Dan gaan we naar de Chileense grens waar we onze Zweedse reisgenoot Hanno afzetten voor we beginnen aan de lange tocht terug naar Uyuni.
Via het Lago Colorado rijden we naar “Vally of the Rocks”. Prachtige rotsformaties in allerlei vormen. Eentje heeft helemaal de vorm van een leeuwenkop. We zien nog een Andes konijn met een vreemde lange staart, dat zich in de zon ligt te koesteren op een rotsrichel. Tijdens het laatste stuk van de route maken we nog even een kleine omweg naar een schitterende canyon. Onze gids/chauffeur Elvirio van reisbureau El Desierto in Uyuni is onbetaalbaar! Aanbevelenswaardig, dit bureau, alles goed geregeld, goed eten en prima uitleg. Hij voert ons naar de rand van een akelig diepe canyon maar wel prachtig om te zien.
En dan is daar weer Uyuni. We nemen afscheid van onze medereizigers, geven een welverdiende fooi aan Elvirio en de kok en gaan op zoek naar onze tickets voor de bus naar Potosi. Op het busstation is het een drukte en gedrang van jewelste. Het is een “local bus”, afgeladen vol met Bolivianen die grote tassen en dekens mee naar binnen sjouwen. Ook het gangpad zit vol. De weg is onverhard met veel keien. Het is aardedonker en in het schijnsel van de koplampen zien we af en toe diepe afgronden. Om 01.10 arriveren we in Potosi. We stoppen in een achteraf straatje in een buitenwijk zodat we eerst nog niet in de gaten hebben dat wij er ook uit moeten.
Gelukkig heeft het hotel een nachtportier. Het hotel is werkelijk prima dus dan is de busrit weer snel vergeten.

Potosi. Dat wil dus zeggen: de zilvermijn. Hier hebben de Spanjaarden tonnen zilver vandaan gesleept. Nu werken er 2000 arbeiders voor zichzelf, in coöperaties.
Ook over de mijnexcursie hebben we tal van horrorverhalen gehoord en gelezen. Over veel stof, nauwe gangen, benauwd enz. Het blijkt een interessante excursie. De gangen vallen best mee al zijn er natuurlijk wel heel nauwe bij, want de berg is duidelijk één grote gatenkaas. Uitgedost met laarzen, een poncho en een lamp gaan we de mijn in. Het is er donker, modderig en stoffig maar je krijgt absoluut geen claustrofobisch gevoel. In de mijn delen we onze “geschenken” voor de mijnwerkers uit: sigaretten, water, cola, een zak met cocabladeren, dynamiet (gewoon in een winkeltje gekocht), lont en slaghoedje. Opvallend hoe jong de mijnwerkers zijn. Ze werken vanaf 13 jaar in de mijn. De boormeesters die de gaten boren om de staven dynamiet in de plaatsen en dus het zwaarste en stoffigste werk doen, verdienen het meest. Ze doen dit werk 2 uur per dag en verdienen dan 80 Boliviano's. De mijnwerkers verdienen 50 Bol. En de sorteerders buiten 30 Bol. Per dag. De gemiddelde leeftijd die de werkers in de mijn bereiken is 45…..
Eigenlijk is de mijn al lang uitgeput. Er wordt ook niet in geïnvesteerd. Alles gaat met de hand en met ouderwetse spullen. Het enige “moderne” is lucht die van buiten af door slangen wordt aangevoerd. Al met al een verschrikkelijk werk.
Na de middag gaan we met de taxi verder naar Sucre. Het landschap onderweg is schitterend. Ook zien we nog een aantal boeren die hun land ploegen met een houten ploeg en twee ossen. De vergezichten over de bergketens zijn prachtig.
In Sucre gaan we nog maar wat inkopen doen, Bolivia is spotgoedkoop. Nog nooit hebben we zoveel spullen gekocht: sieraden, tafelkleden, truien, shirtjes, beeldjes. Het kan niet op. We moeten een rugzak bijkopen om alles mee naar huis te krijgen.
Na de middag een excursie naar Cal Orcko, een grote cementwand met voetsporen van dinosaurussen. Inmiddels is de plaats uitgeroepen tot nationaal monument en is er een park aangelegd met levensgrote modellen van allerlei dinosaurussen.

Zondag 29 oktober.
Naar Tarabuco voor zowat de grootste markt van Bolivia. Als markt valt het toch wat tegen maar de mensen zijn prachtig. Heel kleurrijke Indiaanse bevolking. We zagen veel kleurige versierde hoeden. We kochten er eentje op de markt en de andere kochten we van een vrouwtje dat haar hoed wel tegen betaling af wilde staan.
Volgende halte is Santa Cruz, heel anders dan wat we tot nu toe zagen van Bolivia. Alles maakt een westerse indruk. De mensen zijn veel lichter gekleurd, weinig donkere Indiaanse types en geen Indiaanse vrouwen met bolhoedjes en grote gekleurde zakken op de rug. Veel jonge mensen die modern gekleed gaan.
De botanische tuin, meer een oerwoud dan een tuin, even buiten Santa Cruz is de moeite waard, maar halverwege besluiten we om te keren vanwege de vele muggen.
Voor 1,5 Bol. (15 cent) keren we met de bus weer terug naar Santa Cruz en stappen daar uit op een grote markt. De vreemde levensmiddelen, het vele fruit en al die mensen blijven ons boeien.
Het einde van de vakantie nadert en we nemen in stijl afscheid met natuurlijk een processie. De meeste vrouwen gaan gekleed in een paarse jurk met een soort wit touw om hun middel. Voorop een vaandel en een auto met luidspreker waardoor iemand best aardig zingt.

Woensdag 1 november.
We staan op met flink slecht weer. Het is duidelijk dat de regentijd spoedig aanbreekt. We regelen de transfer naar het vliegveld en vertrekken. Het inchecken duurt een poosje en dan door de douane. We maken de laatste Boliviano's op en de terugreis via Miami begint.

Einde vakantie (zucht). We hebben intens genoten. Zeker ook deze manier met z’n tweeën en toch het vervoer en de hotels geregeld is ons geweldig goed bevallen.  Een onvergetelijke reis.