Reisverslag Peru
2 oktober - 15 oktober 2006
(Meer reisverslagen? Zie www.hvanoorschot.nl China, Tibet, Nepal, Thailand, Uganda, Bolivia. Vietnam en Cambodja.)

Dinsdag 2 oktober.
Via Miami naar Lima vliegen heeft zo z’n nadelen: in Miami moet je niet alleen je bagage van de band halen en opnieuw afgeven, ook worden je vingerafdrukken genomen en een irisscan gemaakt. Maar goed, uiteindelijk kom je in Lima en met het tijdsverschil ben je dan al gauw toe aan een goeie nachtrust.
Na een lekker ontbijt gaan we op pad in Lima. We nemen een taxi (spotgoedkoop) naar de Plaza de Armas. Het plein  blijkt afgezet te zijn door de politie i.v.m. hoog bezoek (denken wij). Veel pantserwagens, auto’s van de explosievendienst, honden etc. In een andere straat zien we een protestdemonstratie,  dus leven genoeg in de brouwerij. We nemen  een kijkje in de kathedraal en de kerkelijke rijkdom komt ons al meteen tegemoet.  Prachtig groot mozaïek (lijkt wel schilderwerk).  In een kistje liggen de overblijfselen van Pizarro en in de crypte liggen nog 25.000 andere botten. Lekker luguber.
Tussen de middag lekker geluncht voor 10 soles (is de grote som van 2 euro vijftig). Extra pluspuntje: de flessen bier hebben een inhoud van 620 ml.!!!
Na de lunch bezoeken we  het klooster en de kerk van St. Franciscus. Weer hebben we geluk. Deze keer geen protestmars maar een heuse processie met treurige muziek en bontgeklede mensen. 4 Oktober blijkt een feestdag te zijn en beelden van Franciscus worden het kerkplein rondgedragen op een enorme draagstoel, versierd met bloemen, vooral gladiolen. Er loopt een muziekgezelschap achter met folkloristisch uitgedoste figuren. Lima  heeft wel mooie plekjes maar doet verder wat triest aan. Het is enorm groot, stinkend van de uitlaatgassen en er hangt vaak een beetje mist. De zon laat zich hier niet vaak  zien. Goed voor één dagje maar daarna snel verder naar betere oorden.

Een korte vlucht brengt ons naar Arequipa en ook hier, net als elk dorp en elke stad in Peru, is er de Plaza de Armas. Het plein wordt omringd door zuilengalerijen en een enorme kathedraal die in de lengte langs het plein gebouwd is (108 meter lang). Een van de mooiste pleinen van Peru.
We besluiten om die avond te gaan eten in La Quinta. Volgens ons Trotterboek een aanrader met live music. Na een waarschuwing van onze gastvrouw om  vooral op te letten en een taxi terug te nemen zijn we er helemaal klaar voor. Henk besluit om die avond cavia te eten. Het moet een delicatesse zijn.  Al gauw genoeg komt het orkestje binnen en beginnen in een achterkamertje te oefenen. We proberen het nationale drankje Pisco Sour (druiven, limoen, kaneel, eiwit en alcohol), smaakt heerlijk. De cavia valt tegen. Veel botjes en weinig vlees.
Er zijn maar 4 gasten die avond. Het orkestje besluit dat het dus de moeite niet loont om op te treden. Geen live music en daarom maar weer op tijd terug in het hotel. Gelukkig maar, want daar horen we dat ze ons de volgende morgen al om 4.00 uur komen ophalen. We gaan dan naar de Colca Canyon en het vroege tijdstip is in verband met een wegafsluiting.
Als we later vertrekken kunnen we er niet meer door. Rap naar bed dus.
Om 04.15 u (gááááp) worden we opgehaald met de bus. Ons gezelschap voor de komende 2 dagen is internationaal en bestaat hoofdzakelijk uit backpackers die  9 tot 12 maanden rondtrekken in Zuid Amerika en sommigen gaan de hele wereld rond. Ik schat dat wij echt wel de senioren van het gezelschap zijn.
De geasfalteerde weg gaat al snel over tot een “bumpy road” dus het is flink hobbelen. Rond 5 uur begint het al licht te worden en zien we een ontzettend droog en woest landschap. We blijven maar stijgen en stoppen rond de klok van 7 voor een ontbijtje met coca-thee. Goed tegen hoogteziekte, maar we merken er niet veel van.  In de bus krijgen  we van onze gids ook cocabladeren. Je moet ze op een vreemde manier  vouwen en daarna zo’n tien minuutjes pruimen. Niet  echt vies  maar wel een vreemd smaakje.
We gaan door tot 4900 meter. Daar hebben we weer een korte stop en zien we de eerste vicuna’s Daarna nog een stukje verder tot 5000 meter. Al snel slaat de hoofdpijn toe bij Henk en voelt hij zich niet echt lekker. Als je een klein stukje loopt voel je dat je hoog zit. Ook ik voel me een beetje licht in mijn hoofd maar heb geen last van hoofdpijn. We gaan verder en genieten van de mooie uitzichten  over de Andenas: terrassen, van ver voor de Incatijd.

We komen nog in de voormiddag aan in Chivay waar we zullen overnachten. We hebben een leuk hotel wat een beetje lijkt op de lodges tijdens een safaritocht.
De gids besluit dat we voor de lunch nog wel even tijd hebben voor een lekkere wandeling naar pré-Inca graven en ruïnes. Omdat we vrij hoog zitten moet er flink gepuft worden. Het gaat ook nog eens een keer flink omhoog, dus een beetje afzien is het wel.
Hierna is het tijd voor een Peruaans buffet. We genieten van de vele verschillende gerechtjes. Henk probeert de cavia nog eens uit. Het smaakt iets beter dan de vorige keer maar echt succesvol, nee, maar verder is er met de Peruaanse keuken niks mis.

Zaterdag 7 oktober.
Om 4.45 u al weer uit de veren voor de tocht naar Cruz del condor in de Colca Canyon. De weg is slecht maar de uitzichten over de vulkanen en terrassen zijn geweldig. Soms doet het landschap een beetje aan Tibet denken. De canyon is 1000 meter diep en we wachten op de condors. Tegen 09.30 uur geven we het op. Maar plotseling zien we 2 

prachtige condors die op de thermiek vanuit de canyon omhoog zweven. Poe, bijna gemist.
Henk heeft weer flinke hoofdpijn die er door de hobbelige zandweg niet beter op wordt. Het prachtige landschap vergoedt echter veel. Ook zien we weer verschillende groepjes vicuna’s. Via Chivay rijden we weer terug naar Arequipa, waar we ’s avonds weer een processie en een demonstratie zien (het lijkt wel een liefhebberij voor de Peruanen).
De volgende dag weer om 4.45 uit bed, we beginnen er al aan te wennen, voor een korte vlucht naar Cusco . Hier zitten we op 3400 meter en dus weer even wat  hoofdpijn, maar Cusco is werkelijk een juweeltje en dat maakt alles goed. Een schitterend Plaza de Armas met een kathedraal (die weer uit drie kerken bestaat), een kerk en zuilengalerijen. Als we het plein oplopen komen we midden in de zondagse optocht terecht. Je weet niet wat je ziet. Allerlei bedrijven en ambachten nemen deel aan de optocht. Mensen dragen de gekste kostuums en maskers en dat alles vergezeld van vrolijke muziek. Prachtig.
In de kathedraal kom je ogen tekort. Veel verguldsel en goud, een altaar van massief zilver, 400 schilderijen, veel zijkapellen met weer prachtige altaren. Misschien wel de mooiste kerk die we ooit gezien hebben, of is de St. Pieter al weer te lang geleden?
Na de middag genieten we op een terras van een lekker biertje (vergeet niet te vragen naar echt koud) en wederom zien we optochten langs komen. Veel dans en muziek, kleurrijke dansgroepen. Als er even geen optocht is, speelt achter ons een Peruaanse groep. We kunnen geen weerstand bieden aan de cd. en ook niet aan een paar verkoopsters die in aantal niet onderdoen voor hun collega's in Kathmandu Nepal.

Cusco is adembenemend. We maken een wandeling door San Blas met prachtige steegjes en steile trappen. Werkelijk schilderachtig. Veel gebouwen in Cusco zijn gebouwd op oude Inca fundamenten met in één muur  de beroemde twaalfhoekige steen. Ongelooflijk als je denkt aan het gewicht daarvan. De temperatuur is heerlijk (blote armen tot in de avonduren) en overal heerst bedrijvigheid. We hebben het gewoon druk met kijken. 

Dinsdag 10 oktober.
Natuurlijk weer vroeg uit de veren. We worden opgehaald door onze gids Gladys, voor de treinreis naar km paal 84, ons startpunt voor de Incatrail.
De trein gaat zig zag omhoog, een belevenis op zich en stopt bij km 84. Behalve Gladys en wij stapt er verder niemand uit. Het blijkt dus dat we een privé-gids hebben. Lekkere vipbehandeling. Wij lopen de korte Incatrail, een tocht van zo’n 13 km. Het pad loopt omhoog en omlaag langs de berghelling. Soms denk je dat je al lekker hoog zit maar dan moet je weer naar beneden om een ravijn over te steken. In het pad zitten zo’n duizend treden verwerkt die een flinke aanslag op je knieën plegen.
Na de ruïnes van Wina Wayna wordt het een echt junglepad. Dicht struikgewas met talloze begonia’s en orchideeën in allerlei kleuren. We worden ingehaald door een drager die een vrouw op zijn rug draagt. Ze had op de 2e dag (zij deed de 4-daagse trail) iets aan haar knie gekregen en wordt door 3 dragers helemaal naar Machu Picchu gedragen (en ook nog in een flink tempo). Voor de dragers de eerste keer dat ze Machu Picchu zien, omdat ze anders altijd eerder afbuigen!
Na een eindeloze serie trappen staan we plotseling voor de Zonnepoort en diep beneden ons ligt daar dan eindelijk Machu Picchu. Een onvergetelijk gezicht. Hier blijven we even staan en kijken en kijken. Nu gaat het alleen nog maar naar beneden richting Machu Picchu. De oude Incastad wordt alleen maar mooier en mooier. De afdaling neemt nog bijna een uur in beslag. We gaan vlot door naar Aguas Calientes waar we zullen overnachten. Het is een bruisend stadje, zo weggelopen uit een film. In plaats van een straat loopt er een spoorlijn dwars door het stadje. Aan weerszijden volop winkeltjes, restaurantjes en terrasjes. Af en toe rijdt er langzaam een fluitende oude trein wat het tafereel compleet maakt.

De volgende dag gaan we met Gladys Machu Picchu echt goed bekijken en rondlopen in dit hoogtepunt van de Incacultuur.
Het is nog vrij vroeg als we weer in Aguas Calientes terug zijn, lekker op een terrasje langs de spoorlijn. Alleen al het kijken naar al die Peruanen is een fantastische bezigheid. En alles gebeurt met de hand. Alles wordt per trein vanuit Cusco aangevoerd  en gaat daarna per kruiwagen, kar, fiets of op de rug verder. En niet een klein beetje maar hele ladingen gaan op de rug. Ongelooflijk wat er gesjouwd wordt. De middag vliegt voorbij. We hebben ook helemaal niet in de gaten dat we lek worden gestoken door minuscuul kleine muggen, maar de volgende dag zijn de bulten niet te tellen. We zullen e
r nog dagen last van hebben. Rond 5 uur stappen we op de trein naar Ollantaytambo waar we afscheid nemen van Gladys.
Het fort van Ollantaytambo is een uitgebreid complex van terrassen en muren. Nergens nog zagen we zulke enorme rotsblokken. De tempel was nog in aanbouw toen de Spanjaarden kwamen en her en d
er liggen dan ook enorme blokken rots. We zien een indrukwekkende muur van 6 meter hoge rotsblokken naast elkaar.
Na de middag huren we een taxi en gaan we naar Muray, een soort amfitheater. Daarna gaat het verder naar Las Salinas, een complex van zoutbekkens in terrasvorm. Vanuit een berg stroomt warm, heel zout water over de bekkens. Het water verdampt en het zout wordt in plastic zakken gedaan.
Terug naar Ollantaytambo pikken we een groepje schoolkinderen op. Ze moeten elke dag 9 km heen en 9 km en terug lopen om naar school te gaan Ze zijn dan ook blij met een lift. Schattig, al die kinderen met snotneuzen achter in de auto. Is dus ook een foto waard.
Terug in Cusco en nu eindelijk zonder hoofdpijn, bezoeken we de ruïnes van Sacsayhuaman en Kenko. Lange Incamuren in zigzagvorm met wederom enorme rotsblokken. Indrukwekkend en erg groot.  

Zondag 15 oktober.
Met de bus gaan we over de Altiplano naar Puno. Dor, bruin landschap. Bergen in de verte. Een echte hoogvlakte. Je kunt kilometers rijden zonder iets of iemand te zien. Af en toe ontwaren we schapen, runderen, ezels, lama’s, alpaca’s en herders. De zon brandt en er staat een snijdende wind. Het klinkt saai, veel mensen vinden dat misschien ook, maar ons verveelt het geen moment.

In Puno zelf valt niet veel te beleven maar het is de uitvalsbasis voor een vaartocht over het Titicacameer naar de drijvende rieteilanden. De bodem voelt wat verend aan maar dat komt meer van het losse riet wat er op de oppervlakte ligt dan van het eiland zelf. De boten van de bewoners stonden model voor die van Thor Heyerdahl. Het is wel toeristisch maar toch absoluut een aparte ervaring, evenals de boottocht over het Titicacameer zelf, het hoogst gelegen bevaarbare meer ter wereld. We brengen ook een bezoek aan het Taquile eiland. Een steenklomp met 2000 inwoners, zonder politie! Iedere man draagt een zelfgebreide muts. Vrijgezelle mannen half rood, half wit, getrouwde mannen een rode en de autoriteiten (die elk jaar op
nieuw gekozen worden) een rode met speciale kleuren. De vrouwen dragen allemaal een zwarte doek op hun hoofd.
We vallen  midden in een verkiezingsbijeenkomst. Op het centrale plein staan verschillende partijen met spandoeken in carré opgesteld en voeren beurtelings het hoogste woord. Een prachtig gezicht en erg kleurrijk.
Het is allemaal de lange vaartocht terug naar Puno meer dan waard.
De volgende morgen in alle vroegte met de taxi naar het busstation. De taxichauffeur begrijpt het vloeiende (ahum) Spaans van Henk niet helemaal en zet ons bij het busstation voor de lokale bussen af. Hoewel ook daar een bus naar Copacabana klaar staat, waar binnen 2 seconden onze bagage bovenop ligt,  klopt het ticket niet. Hup, de bagage er weer af en vlug de eerste de beste taxi gepakt. Best lachen want het is een driewieler. Henk en ik, rugzakken en twee grote reistassen op de gammele fiets. De “chauffeur” fietst zich een slag in de rondte maar gelukkig is het maar zo’n 500 meter. Hij heeft wel een flinke fooi verdiend.
Na een paar uurtjes komen we bij de grens. We moeten uit de bus en te voet de grens over. Na wat formulieren en stempels zijn we dan in Copacabana, onze eerste halte in Bolivia
.