Reisverslag15-daagse rondreis Noord-Thailand
24 april - 8 mei 2002 (voor het digitale tijdperk, dus geen fotootjes in dit verslag)

(Meer reisverslagen? Zie www.hvanoorschot.nl China, Tibet, Nepal, Uganda, Peru, Bolivia, Vietnam en Cambodja)

Dag 1-2
Eindelijk. Al geboekt in september, zitten we nu met het hele gezin in dat immens grote vliegtuig met allemaal lief glimlachende Chinese stewardessen. Dit wordt het afscheid van onze vakanties met de kinderen. Mee naar Frankrijk gaan ze al jaren niet meer, maar voor een vakantie naar Thailand zijn de zonen van 23 en 19 en dochter van 21 nog wel te porren. Het wordt een onvergetelijke trip voor ons allemaal.
En daar is dan dat eerste moment: Bangkok. Tot nu toe een exotische naam op een kaart, nu werkelijkheid en valt de warmte voor het eerst als een klamme hete deken op je neer. We maken kennis met reisleider Frits en de Thaise gids Angela. Frits maakt op mij een wat harkerige en pedante indruk. Gelukkig blijkt het later alleen maar een eerste indruk te zijn. Al in de bus op weg naar het hotel kijken we onze ogen uit. Het verkeer is een chaos zogauw je van de tolweg afgaat. Enorme torenflats staan naast even zo grote betonnen kolossen die er verlaten en onbewoond uitzien: overblijfselen van de Aziatische crisis in de jaren 90. Een jongen ligt te slapen in een grote rioolbuis tussen twee wegen en voortdurend kijk je neer op met mensen volgepakte pick-ups.
De ontvangst in het luxe hotel is in stijl: we worden behangen met bloemenkransen. De eerste dag in Bangkok voelen we ons wat katterig door het overslaan van een complete nachtrust, maar vlakbij het hotel bezoeken we toch al even de eerste markt: een zee van kleuren van allerlei soorten groenten en fruit. Voor het eerst zie ik een doerian, naast allerlei andere onbekende vruchten. Meteen even geld pinnen, gewoon met je europas en de eerste 10.000 baht zitten (even) in m’n portemonnee.
Na het welkomstdiner op tijd naar bed om weer een beetje bij te komen.

Dag 3
Vroeg opstaan. Even naar buiten om de temperatuur te voelen: mijn bril beslaat acuut: dit moet Bangkok zijn. Na een uitgebreid ontbijtbuffet staat de bus al klaar voor de eerste excursie. We vertrekken in de stromende regen, droge tijd was gezegd! Daar frist het wel wat van op, maar het wordt zeker niet minder warm.
We gaan naar een enorme groente-, fruit- en bloemenmarkt. Weer stapels doerians (gelieve niet mee te nemen in het hotel om ontruiming te voorkomen!) Heerlijke mango’s worden aangeboden voor, schrik niet € 0,40 per kilo. Zakken vol pittige pepertjes garanderen de “spicy” Thaise keuken. De bloemenafdeling langs de straat doet pijn aan je ogen: orchideeën, rozen en lelies in allerlei kleuren. Overal worden bloemslingers gemaakt, maar de kroon op het werk vormen metershoge boeketten met lelies in wit, rood, geel en allerlei tinten daartussen. Veel bloemen worden gebruikt voor de versiering van de honderden huisaltaartjes die je overal tegenkomt.
Volgende stop is de tempel met de Gouden Boeddha. Uitgebreid krijgen we van onze Thaise gids Angela het verhaal te horen van het massief gouden beeld dat eens bedekt was met een laag cement. Er wordt door veel mensen zeer devoot gebeden en geofferd.
Hierna gaan we naar het koninklijk paleis: hier schieten superlatieven tekort. Zoveel letterlijk schitterende gebouwen, tempels, pagodes, paviljoens, pilaren, muren en beelden,  onvoorstelbaar. Alles in fel goud, blauw, rood, groen en spiegelend glas. Heeft de Efteling een paar mooie poortwachters: hier staan ze per dozijn en ze horen er op een natuurlijke manier bij. Grimmig uitziende godenfiguren worden afgewisseld met sierlijke danseressen. Voor alle boeddhabeeldjes hier geldt: het is alles goud wat er blinkt. Constant wrijven mensen een stukje flinterdun bladgoud op een beeld dat er daardoor op het eerste gezicht afgeschilferd uitziet. Er brandt volop wierook en mensen van alle leeftijden offeren etenswaren. Rekken vol eieren staan voor een boeddhabeeld.
Als we de zaal binnenkomen van de Emerald Boeddha worden we even stil. De ruimte is gevuld met knielende mensen die hardop hun gebeden zingen. Het jaden beeld, door de koning zelf gehuld in zomertooi, zetelt hoog boven alles en iedereen uit. Ook de muren van deze tempel zijn prachtig beschilderd. Weer buiten loop je langs in vorm geknipte boompjes, die ongetwijfeld meer dan een eeuw oud moeten zijn. Nog een foto met natuurlijk een tempel op de achtergrond en voor de 2e keer die dag spoelt mijn fotorolletje terug: dat wordt rolletjes bijkopen! De aircobus (heerlijk) staat klaar voor de lunch op de boot en opnieuw is het moeilijk kiezen uit zoveel heerlijke gerechten.

Na de lunch overstappen op een echte boot voor een rondvaart door de klongs op de Chao Praya rivier. Enorm die contrasten: prachtige tempels en hypermoderne torenflats naast vervallen hutten Vooral  veel eenvoudige hutten op palen, maar allemaal vol met rijen potten met bloemen. De bougainville bloeit er in wit, rood, paars en oranje als was het onkruid en ik denk aan mijn eigen armetierige exemplaar thuis. We krijgen een homp brood om de catfish te voeren. Die verwachten duidelijk niet anders, want tientallen kanjers springen er op af.
Na een heerlijke douche in het hotel is het tijd voor de dinner-cruise. Bangkok by night is betoverend mooi Zelfs de bomen aan de kant hangen vol met lichtjes en de tempels baden in het licht. Opnieuw moet ik even de afschrikwekkende gedachte aan de weegschaal thuis wegduwen, dit kan niet goed gaan (zou ik Fox aansprakelijk kunnen stellen voor kilo’s gewichtstoename? denk het niet). Een licht windje zorgt op de boot voor een heerlijke temperatuur.

 Dag 4
Om half zes op (gaap), want vandaag gaan we Bangkok verlaten. Onderweg even een busstop bij een bedrijfje van kokosolie. En passant krijgt Leny een joekel van een slang in de nek gelegd, jaja stil maar, je staat op de foto. Wil Tim ook wel, ok. Het zware beest vindt alles best, al flitst het rose tongetje venijnig uit zijn bek.
Onderweg constant uitzicht op bananen en kokosnoten, afgewisseld door schitterend oranje bloeiende bomen. Volgens mij wordt de bougainville steeds groter en mooier en bedenk ik pepplannen voor mijn exemplaar thuis. Dan instappen in de longtailboten. We hebben ze al een paar keer gezien, maar nu zitten we erin. Aangedreven door een omgebouwde vrachtwagenmotor kennen deze boten maar twee snelheden: hard en heel hard. Het lawaai is navenant, maar het is absoluut een belevenis.
Dan zijn we waar het om te doen was: de Floating Market van Damnoen Saduak. Eerlijk gezegd valt die tegen. Mogelijk zijn we te laat, want de varende groenten- en fruitstalletjes zijn vervangen door souvenirs.
Verder naar onze volgende stop: de River Kwai. De erebegraafplaats in Kanchanaburi maakt diepe indruk: honderden gedenkstenen van gesneuvelde Nederlandse, Engelse, Amerikaanse en Australische militairen op een hele mooie begraafplaats vol met bloemen. Vlakbij is de spoorbrug die er wel heel anders uitziet dan in de bekende film. Daar klopt trouwens toch niets van. De werkelijkheid zag er heel anders uit: onder helse en barbaarse omstandigheden werden de krijgsgevangenen, ook heel veel uit Zuidoost-Azië trouwens, door de Japanners voortgedreven. Letterlijk een dodenspoorweg, zoals ook goed te zien is in het kleine museum. Als je bij jezelf het zweet al langs je rug voelt lopen terwijl je alleen maar door de nagebouwde barak langs de foto’s en krantenartikelen loopt, krijg je steeds meer respect voor de jonge mensen die hier onder deze omstandigheden hebben moeten werken.
Hierna brengt de Foxbus ons naar een spoorwegstationnetje en stappen we in een oud boemeltje dat ons een stuk over de spoorweg zal rijden. Ik hang uit het raam en nog nooit heb ik zo’n hete lucht langs mijn hand voelen strijken als nu. Geen tijd om me daar over te verbazen, want bijna meteen komen we langs het punt waar het treintje zich op decimeters langs de rotswand wurmt. Maar het uitzicht aan de andere kant (ga aan de rechterkant zitten) over het dal van de River Kwai is adembenemend.
Even later stappen we weer uit en brengt de bus ons naar ons overnachtingshotel, een soort jungle-resort met overal prachtige orchideeën. In het eetgedeelte lopen hier en daar wat hagedisjes over de muur, op de vloer zitten een paar vuistgrote padden en een paar keer zien we een paar echt grote hagedissen door de eetzaal sprinten. Verder niks aan de hand, maar echt menens wordt het pas ’s avonds. Ragna heeft het licht op haar kamer aangelaten en die is ‘s avonds dus vergeven van een soort vliegende mieren. Ragna is panisch maar de beestjes doen niks en je hebt er eigenlijk helemaal geen last van. Lekker geslapen (Ragna bij ons op de kamer).

 Dag 5
Vandaag (is dit nog maar onze 4e dag in Thailand?) gaan we naar de oude hoofdstad: Ayutthaya. De tempel is een ruïne, maar wel een hele mooie. Indrukwekkende stupa’s en galerijen met boeddhabeelden getuigen van een rijk verleden. Een stukje verder is het koninklijk paleis: ook een ruïne van een indrukwekkend formaat. Het contrast met de tempel met het grootste bronzen boeddhabeeld ter wereld is groot.
Na de lunch een flinke busrit naar Phitsanulok. Ik moet mijn mening over Frits duidelijk bijstellen, want hij ontpopt zich steeds meer als een onderhoudend verteller. Tijdens de busritten laat hij alle facetten van Thailand aan bod komen en worden we uitgebreid geïnformeerd over het leven van de Thai. Zijn uitleg over “Thai style” zou zo in een column van Youp van het Hek passen.

 Dag 6
De eerste stop is bij een rijstpellerij. Hier ligt nog een taak voor de arbeidsinspectie: er wordt hier gesjouwd met zakken van 50 kg!! Gespierde spijkers, die Thaise mannetjes. En de stoker die de stoommachine onderhoudt, vindt het blijkbaar nog niet heet genoeg.
Onze koffiestop combineren we met een tempelbezoek. De tempel is omgeven door een markt met de nodige souvenirstalletjes. Er wordt driftig met bamboestokjes geschud om de toekomst te kunnen voorspellen. Ik koop een pakketje bladgoud, niet om te offeren, maar voor in het fotoalbum. Wel goedkoop dit bladgoud.
Ook geeft een groep danseressen een uitvoering van Thaise dansen. De reis gaat verder naar de eerste hoofdstad van Siam: Sukothai. Dit oude complex doen we vanwege de uitgestrektheid per fiets. Even opletten voor het linkse verkeer en dan zitten we al weer in de bus voor de tweede lange busetappe: naar Chiang Rai. Opnieuw vertelt Frits van alles, inclusief zijn verhaal hoe hij in Thailand is terecht gekomen. Nauwelijks tijd om een oogje dicht te knijpen, want daar is Chiang Rai. Een verrassend bruisend stadje met een nachtmarkt en volop live music. We weerstaan de verleiding om al een heleboel dingen te kopen (valt niet mee). 

Dag 7
Naar de grens met Birma. Ook dit grensplaatsje is rijk gevuld met goud-,  zilver- en souvenirwinkels, de straten zijn vol pick-ups, ook rijk gevuld, met goederen en mensen. Aan het eind van de straat zie je de grensovergang in de vorm van een soort toegangspoort. Verder gaat het naar de Gouden Driehoek: het drielandenpunt Laos, Birma, Thailand. We maken een tochtje over de Mekong Rivier en leggen even aan in Laos. Het visum heeft de vorm van een bonnetje en de soldaten vinden het allemaal prima. Veel souvenirs en veel “fout spul” zoals opgezette beesten, vlinders, koralen en ivoor.  ’s Middags stappen we over in de pick-ups en gaat het door de bergen naar de bergstammen. De Yao zijn duidelijk op toeristen ingesteld, maar het Akkha-dorpje is minder “bedorven”. Voor de eenvoudige hutjes zijn mensen druk in de weer met stapels gemberknollen en hebben geen oog voor het bergpanorama. Wij wel. Mooie hoofddeksels en veel kinderen. Opnieuw overnachting in een soort jungle-resort, ditmaal zonder beesten maar met een hevige onweersbui, waardoor het zowaar wat afkoelt en er een heerlijke temperatuur ontstaat. Een koel glas bier op het terras voor de kamer en het vakantiegevoel is volmaakt.

 Dag 8
De volgende morgen worden we gruwelijk vroeg gewekt door hanengekraai. Thaise hanen zijn geen langslapers. Met de pick-ups weer in vliegende vaart naar beneden en terug in de bus. Koffiestop bij een parkachtig resort. Even tijd om rond te lopen. Is dit een botanische tuin of zo? Ik zie allerlei planten die me bekend voorkomen. Bladplanten noemen ze die bij ons. Niks bladplanten dus. Hier bloeien ze met de meest prachtige bloemen. Straks thuis een hartig woordje wisselen met het tuincentrum en op mijn woorden letten in de huiskamer  als ik over deze vakantie vertel waar mijn planten bij zijn. Nog even een foto van die prachtige mangoboom, die enorme bamboe, die orchideeën en, jaja, ik kom eraan, rustig maar.
Frits neemt ons weer mee naar de zoveelste heerlijke en weer bijzonder uitgebreide lunch en vertelt vandaag over sport in Thailand. Wie zei iets over een harkerige reisleider?
Verder naar Chiang Mai. Eerst een bezoekje aan een parasol- en waaierfabriek. Ik geef me over, zulke mooie handbeschilderde spullen kan ik voor die prijs niet laten hangen, het grote inkopen is begonnen. Het volgende bezoek is aan een van de grootste juwelenwerkplaatsen van Thailand. Hier zie je hoe die meesterwerkjes gemaakt worden. Niet goedkoop, maar wel gegarandeerd handgemaakt en 100 % echt materiaal. Een bezoek aan een zijdefabriek besluit deze handycraft-day. De nightmarket van Chiang Mai is weergaloos. Werkelijk honderden winkeltjes en stalletjes bieden alles te koop aan wat je maar kunt bedenken en ook wat je niet kunt bedenken. Veel vrouwen van bergstammen bieden allerlei snuisterijen te koop aan. Als ik half voor de grap informeer wat haar schitterende hoofddeksel kost, neemt ze het vlot af en na flink onderhandelen mag ik me eigenaar noemen van een originele Akkha-hoofdtooi. Ruud komt ’s avond thuis met een groot Thais zwaard en heeft maar meteen shirtjes voor de hele zomer gekocht en Tim kon een rijkelijk ingelegde dolk niet laten liggen. Ik begin me zorgen te maken over het gewicht van onze bagage, want ik heb nog wat meer leuke dingen zien liggen.

Dag 9
Op het programma vandaag staat het olifantenopleidingskamp. De bananen die Tim gekocht heeft zijn in een oogwenk op; de dikhuiden eten die dus per tros. Dan is daar het grote moment voor de jungletocht op dat enorme beest. Het zijn echter helemaal niet die grote lompe kolossen waarvoor je ze makkelijk aanziet. Integendeel, ze bewegen zich bijzonder nauwkeurig (slik, let je wel even op dat randje?), bijna gracieus. Dat bleek ook al uit de “Thaise massage” die Leny van de olifant kreeg. Ze lag er nog ontspannen bij ook! Je hoort ze ook absoluut niet lopen en je voelt je tijdens de rit als een maharadja. Echt jungle is het overigens niet, maar verder is het een belevenis. De terugtocht op het bamboevlot is mooi, zorg wel voor zonnebrandcreme. Het laatste stukje wordt afgelegd per ossenkar, petje of parasol kun je wel gebruiken.
Op de terugweg naar het hotel doen we een orchideeënkwekerij aan. Ze groeien in allerlei kleuren en grootten. Dacht ik dat orchideeën bestaan uit lange takken met enkele bloemen, hier zie je hoe ze eigenlijk moeten zijn: wel een lange tak, maar dan vol met bloemen (de eigenaar van het tuincentrum thuis eens naar zijn diploma vragen).
De rest van de dag doen we het rustig aan, 39° is toch wat veel van het goede, maar de kids vinden het prima in het zwembad. Dankzij de meivakantie zit er trouwens nogal wat jeugd in onze groep en ze kunnen het uitstekend met elkaar vinden.

Dag 10
Deze etappe (oei, al over de helft) voert ons naar de tempel  Doi Suthep. We zagen hem al vanuit de hotelkamer hoog in de bergen liggen. Een flinke trap of een kabeltreintje overbrugt de laatste meters en we staan in de tempel die ook voor veel Thai een bedevaartsoord is. Rijen grote bellen en rijen boeddhabeelden wisselen elkaar af. Hoeveel tempels heb ik al gezien? Ze blijven prachtig en ze zijn allemaal toch weer anders.
Een hele rij jeugdige monniken maken het beeld compleet en mijn fototoestel draait weer overuren. ’s Middags gaan we naar een lakwerkfabriek en een zilverwerkfabriek. Hier zie ik ook een test voor de echtheid van bladgoud: gewoon aansteken. Als ik dat later in het hotel ook even probeer met mijn gekochte bladgoud, snap ik waarom dat zo goedkoop was. Maar petje af voor het vakmanschap waarmee hier alles wordt vervaardigd. Veel dure spullen, maar ook voor een paar gulden heb je al een prachtig handbeschilderd doosje. ’s Middags nemen we afscheid van onze chauffeur en van de busboys, want wij gaan morgen met de nachttrein terug naar Bangkok.

 Dag 11
De volgende dag is voor de laatste shopping in Chiang Mai. Die lieve Chinese stewardessen zullen toch niet kijken op een paar kilootjes?
’s  Middags per pick-up naar het station. Een lange trein staat al klaar en de NS kan hier nog iets leren: hij vertrekt stipt op tijd. Om half tien begint de treinboy al met het omtoveren van de banken in bedden en om tien uur wordt je geacht stil te zijn. Zo’n nacht in een slaaptrein is heel wat aangenamer dan een nacht in een vliegtuig. De meesten van ons hebben heel behoorlijk geslapen.

Dag 12
Door de perfecte airco in de trein zou je vergeten hoe de temperatuur buiten is, maar als we in Bangkok uit de trein stappen sta ik weer heel vlug met twee benen en twee zwaar aangeslagen brillenglazen op de grond en moet ook de lens van mijn fototoestel 5 minuten bijkomen van de schrik: het is bloedheet. Ik vond het ook al verdacht dat de mensen op de stations die we passeerden zo met waaiers in de weer waren. Nou ja, 2 minuten lopen voor het ontbijt in het Bangkok Centre Hotel. Hier nemen we afscheid van onze onvolprezen reisleider Frits. Hoezo harkerig en pedant, Frits is een van de beste reisleiders die ik ooit heb meegemaakt. Excuses Frits en bedankt. De koffers zijn intussen al ingeladen en we stappen in voor onze laatste bestemming: Jomtien. Het hotel is prima, de weg er naar toe is vanaf Pattaya één file.

Dag 13
Dit wordt voor ons een stranddag. Angela regelt een speedboat en we suizen naar een bountyeiland voor de kust met een prachtig wit zandstrand. Parasol en ligstoel kosten een habbekrats. Ook nog even een snorkel gehuurd. Gevaarlijk uitziende zeeëgels zorgen er wel voor dat je daar niet gaat staan, terwijl er vissen in vele kleuren om je heen zwemmen. De kids zijn even weg voor parasailing, een belevenis maar véél te kort; het enigste wat ik hier echt te duur vond. Blijf uit de zon en zorg voor een héle goede zonnebrandcreme, want je verbrandt levend, zoals Tim ondervond: die had de blaren op zijn rug staan!
’s Avonds gaan we onze laatste activiteit ondernemen: naar Tiffany’s voor de travestietenshow. Vooraf was ik hier een beetje sceptisch over, maar het is absoluut een aanrader. Schitterende decors, fantastische kostuums en prachtige mannen  meisjes acteurs. Zouden het echt allemaal omgebouwde mannen zijn? Niet te geloven.
’s Avonds rondlopen in Pattaya. Zelden zoveel lichtreclames bij elkaar gezien, ook nog nooit zoveel GoGo-bars, met zowel meisjes als jongens. Veel klantenlokkers, maar nergens vervelend opdringerig. Moet je gezien hebben.

Dag 14-15
En dan is daar dag 14, zucht. Overdag nog even naar Pattaya voor echt de allerlaatste souvenirs (misschien wijkt de weegschaal op het vliegveld wel een beetje af?), we eten nog een paar vruchten die ik thuis nog nooit gezien heb en dan zitten we aan het afscheidsdiner. Een barbecuebuffet met van die heerlijke grote garnalen en nog lekkerdere krabben. Om je vingers bij af te likken.
Intussen staat de bus al klaar om ons naar het vliegveld te brengen. Angela regelt de airtax terwijl wij inchecken. De bagage moet op de weegschaal, sidder en beef: hoera we blijven met z’n vijven onder de 100 kilo. Nog even een glaasje drinken op de luchthaven en instappen. Om half drie ’s nachts stijgen we op, terug naar huis na een geweldige vakantie die we niet gauw zullen vergeten.

 Leny, Henk, Ruud, Ragna en Tim